
Column door Steven de Groot
|
Dag nacht (26 augustus 2010) ‘Hoe
zou ´t ´s nachts zijn in organisaties?’, denk ik wel eens. Wat is er ’s
nachts over van een ontzielde organisatie? Kun je dan nog spreken van een
organisatie? ‘Wat weet de organisatie na 18.00 uur’, vraag ik organisaties wel eens in het kader
van kennismanagement. En komt al die kennis de volgende morgen met frisse
moed weer terug? En waarom dan? Of beter, waardoor dan? Uw overdenking voor
de komende nacht… Reageren
op deze column? Mail
ons. Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven |
||||||||||||||||||||||
|
Bevrijd (12 juli 2010) Terwijl
ook ik aan het bekomen was van de schrik, dacht ik na over de vrijheid van
mensen in organisaties. Gevoed door het lezen van het boek ‘Het verborgen lijden
in organisaties’ van Bert Coenen. Mensen in organisaties lijden volgens
Coenen door tekort , genot en verlangen. Nee,
dan liever mooie organisaties. Organisaties waar ‘Schoonheid is werken op een
manier die schoonheid in zich draagt en die gericht is om schoonheid voort te
brengen’ (Ted Brandsen, artistiek leider van Het Nationale Ballet). Waar
mensen bevrijd zijn! Schoonheid
laat zich niet beteugelen. Voor de tweede maal organiseerden we de Lijst
mooie organisaties. Deelnemende organisaties
laten hun medewerkers via een webenquête de mate van schoonheid van dertig
schoonheidsdragers waarderen. Organisaties met een eigen
schoonheidswaardering > 7 mogen zich wat ons betreft een mooie organisatie
noemen… En het lijstje groeit! Dit jaar een mooie Haagse organisatie op de
lijst, die we binnenkort bekend maken. Reageren
op deze column? Mail
ons. Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven |
||||||||||||||||||||||
|
Vrijzinnig Rijnlands
Manifest (6 juni 2010) VRIJZINNIG
RIJNLANDS MANIFEST Visie
Koester pluriformiteit, benut
verschillen Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven
|
||||||||||||||||||||||
|
Paradoxen over tijd
(11 mei 2010) ‘Als het om
versnelling gaat, tuimel je van de ene paradox in de andere. Zo is er die van
de razende stilstand: doordat mensen sneller willen gaan, volgt stilstand.
Drie voorbeelden: files op de snelweg, de huidige economische crisis als
gevolg van de jacht op het snelle geld en depressiviteit als gevolg van het
teveel willen in te korte tijd. De stilstand die zo ontstaat, schaadt ook
diegenen die niet meededen met de jacht of jachtigheid. Wall Street schaadt
Main Street, net zoals Main Street overigens ook heeft geprofiteerd van Wall
Street. Wat kan ik hier nog aan toevoegen? Enkel de verwijzing naar
een artikel van Reageren
op deze column? Mail
ons. Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven |
||||||||||||||||||||||
|
Paasorgel (4 april 2010) Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven |
||||||||||||||||||||||
|
Veronachtzamen (24 maart 2010) Voor
beide activiteiten is aandachtigheid nodig. Acht slaan op het hier en nu. Het
niet laten vervluchten, maar het voorbij laten gaan. Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven |
||||||||||||||||||||||
|
Nederland 2015 (17 maart 2010) Reageren
op deze column? Mail
ons.. Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven |
||||||||||||||||||||||
|
Van Mierlo, Rijnlands denker (11 maart
2010) Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven |
||||||||||||||||||||||
|
Oefenen (29 februari 2010) Reageren
op deze column? Mail
ons.. Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven |
||||||||||||||||||||||
|
Nacht (27 februari 2010)
Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven |
||||||||||||||||||||||
|
Kritisch moment (25 februari 2010) Het
leven zit vol verrassingen. Gebeurtenissen die achteraf vaak het kritisch
moment bleken in ons leven, waardoor we werkelijk nieuwe inzichten vertaalden
naar nieuw gedrag. Een verhuizing, een andere baan, een scheiding zijn vaak op zich al zo ingrijpend op zich
dat we deze niet ook nog eens benutten als een kritisch moment om nog wat
andere patronen te veranderen. ‘Nu ik er toch ben’ of ‘nu we toch bezig zijn’
zijn meerdere malen gedane uitspraken van mensen zie een kritisch moment
werkelijk aangrepen om een extra slag te maken. En ze bewust stil stonden bij
de andere genoemde voorwaarden voor verandering. Reageren
op deze column? Mail
ons. Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven |
||||||||||||||||||||||
|
Spelen (16 februari 2010) Innoveren
neigt naar spelen. In het blaue hinein en
vanuit het hart grenzeloos dingen bedenken en doen. Dingen anders gaan zien,
creëren en komen tot neue kombinationen
met elkaar. Misschien is spelen wel een voorwaarde voor innoveren en verbeteren.
Daarom ontwikkelen we graag spellen voor en met organisaties, waarvoor we
moeilijke woorden bedachten als (serious!!)
gaming, managementgames of simulaties. We willen naar unserious gaming. Spelen zonder doel. Spelen om te spelen. Met
ontsnappen uit patronen, experimenteren, leren en ontwikkelen als een positief
neveneffect. Het proces is het resultaat. |
||||||||||||||||||||||
|
Mooie
mensen (6 februari 2010) Als
voorbeeld van ‘lelijke mensen’ worden de rat wel eens genoemd. Deze konkelt,
samenzweert, liegt en bedriegt, als ik Joep Schrijvers moet geloven in zijn
boek ‘Hoe word ik een rat’, dat bijna teleurstellend vaak de toonbank over
ging.. Of waren de verkoopcijfers zo hoog omdat de kopers af willen van de
ratten in hun eigen organisatie? ‘Laten we het kwaadaardige en
duistere gekonkelefoezel van onze tegenstrevers en ons zelf uit de riolen
halen en aan het daglicht blootstellen’, stelt Schrijvers voor in een
interview met hem. Mensen zijn geen ratten,
maar mensen. Opvoeding en omgeving vormen ons en leiden soms tot enige
afwijkingen ten opzichte van ons geboortemens. En juist die omgeving kunnen
we benutten om te spiegelen (letterlijk kijken hoe mooi we zijn van binnen
niet enkel van buiten) om via ‘schoonheidcompetenties’ te reflecteren, te leren
en te ontwikkelen. En weer ‘mooie mensen’ worden. |
||||||||||||||||||||||
|
‘Met de kennis van nu…’ (23 januari 2010) Professor Van Dinthen
signaleert in zijn column dat we in toenemende mate verdeeld
zijn. En dat een nieuwe infrastructuur
ontstaat die wat oud was, heeft doen vergaan. Hij verwacht dat we nieuwe
technologie zullen gaan gebruiken, nieuwe life styles ontwikkelen, nieuwe
vormen van werken en organiseren vinden. Andere democratische structuren,
andere leiders, nieuwe visies. Bij dit
beeld past niet het vergaren van informatie uit de krant of van tv, want dat
is oud, en hangt in restauratie. Maar hij adviseert ons te moet zoeken naar
mensen die jou helpen met jouw plannen en jij met die van hen. Reageren op deze column? Mail
ons. |
||||||||||||||||||||||
|
Wijs en mooi 2010 (20 december 2009)
|
||||||||||||||||||||||
|
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk, en bewonder (30 november
2009) Ramses is dood. De man van
originele liedjes, van authenticiteit, wars van showbizz. Ik zag hem laatst
nog op televisie waar hij de Laurenspenning ontving. Nog even - hij kon het niet laten - liet hij zijn
vingers over de pianotoetsen glijden. Bij ontij zet ik af en toe zijn muziek
op. En maakt hij me vrolijk. Vooral zijn ‘Zing, vecht, huil, bid, lach, werk,
en bewonder’ roert me. En beurt hij me op. Nog een keer horen
geïnspireerd willen worden? http://www.joop.nl/show/detail/artikel/ramses_shaffy_zing_vecht_huil_bid_lach_werk_en_bewonder/ |
||||||||||||||||||||||
|
Ei gelegd (22 oktober 2009) Na ongeveer een jaar heb ik
weer een nieuw ei gelegd. Een manuscript van een nieuw boek stuur de ik
vorige week naar de uitgever. Mensen om me heen vragen wel eens naar hoe zo’n
schrijfproces begint en er uit ziet. De boeken die ik schreef zijn begonnen
vanuit nieuwsgierigheid, verwondering of vanuit een vraag. Het idee voor een
boek maalt dan een paar maanden in m’n hoofd. Expres begin ik zo laat
mogelijk met het aanzetten van m’n computer om het idee te laten rijpen en om
het zichzelf te laten bewijzen. Soms is het na een paar maanden weg, maar
meestal niet. Dan volgen een paar maanden van lezen van veelal
wetenschappelijke literatuur. Wat bestaat er al over het onderwerp, wat zou
het boek toevoegen en voor wie, wat zijn de zienswijzen, de openstaande
vragen, etc. En dan maak ik voor het eerst een nieuw mapje ´Boek X`in m’n
computer aan, dat langzaam vol loopt met links en documenten. En daarmee de
ordening van mijn denken. En dan soms pas na maanden schrijf ik vrij snel, in
een uurtje, de inhoudsopgave en de achterflap. En ontstaan de eerste ideeën
voor titels en vooral ondertitels. Vooral deze laatste, de tekst voor de
achterkant van het nieuwe boek, dwingt me tot het maken van keuzes en het
bepalen van de kaders van het boek. Dit adviseer ik een ieder die op het punt
staat om een boek te schrijven. Schrijf het in ieder geval, zou ik zeggen.
Maar probeer in ongeveer 300 woorden te beschrijven waarover het boek gaat. |
||||||||||||||||||||||
|
Onder de mispelboom (22 september 2009) Ik zit in m’n tuin onder de
mispelboom. Vol met honderden mispels dit jaar. Bezoek vroeg laatst wat voor
een boom dat was, die hij nog nooit gezien had. Ik vertelde over de tuin van
m’n opa, over de mooie witte bloempjes van deze boom en het ritueel van het
eten van een rotte maar zoete mispel met een klein lepeltje. Ik plantte deze
boom ooit vanuit deze herinnering. En zo kwamen we op de rol van
herinneringen. Ik vind het een mooi woord,
her-innering. Het hoofd - en het hart
- zit er vol mee. En ze vormen (zoals geschiedkundigen plegen te zeggen)
tevens de toekomst. Zoals je van mij gewend bent maak ik dan vaak het
bruggetje naar de arbeidssituatie. Nee, ik geloof niet is de scheiding van
werk en privé. En vraag je eens na te denken over goede of mooie
herinneringen in je werk. Welke zijn dat? En wat kenmerken ze? Bij ons
onderzoek naar schoonheid in organisaties vragen we mensen naar hun mooiste
dagen, hun mooiste projecten en hun mooiste momenten. Vaak noemt men de
interactie met anderen, uitdagingen en nieuwe dingen. Als we deze vraag zo
makkelijk kunnen beantwoorden, en deze herinneringen koesteren - sterker nog,
deze iedere dag wel zouden willen mee maken - waarom doen we dat dan niet? |
||||||||||||||||||||||
|
Inzicht (30 augustus 2009) Alles is weer begonnen. De
scholen, organisaties, voetbaltrainingen van de kinderen, files.. En o zo
snel vervallen we weer in ons patroon van voor de vakantie waar we o zo snel van
af wilden in de vakantie. Desondanks levert de vakantie vaak toch iets op:
inzicht. Inzicht in waarom (waardoor is beter…) je ontevreden bent in je
werk, aan welke vrienden je echt iets hebt of inzicht waarom die ene liefde
het wel is. Inzicht (begrijpen) volgt na weten in onderwijskundige termen. En
tijdens de vakantie laten we misschien wat meer gevoel toe in plaats van
ratio. Gevoel om te begrijpen. Een ondergaande zon, een vlucht vogels of
adembenemende landschappen dragen daar aan bij. En dan nu doorzetten.
Vasthouden van dat inzicht en het omzetten in daden! Doen hè! |
||||||||||||||||||||||
|
Waarnemen (30 juni 2009) Als ik ’s morgens vroeg
vanuit Bunnik het land in rijd, word ik af en toe getroffen door de
schoonheid van het landschap. De koeien grazen langs de oevers van de
Krommerijn. Gevangen in een deken van damp, waardoor de eerste zonnestralen
proberen heen te dringen. Bomen staan trots overeind in een verstild
landschap. Even staat ook de tijd stil. Soms zet ik de auto even langs de
kant en neem waar, voel. En verwonder me, dat ik daar niet dagelijks voor
open sta. En zomaar langs alles en iedereen heen raas. Herkent u dat? Nemen
we nog wel voldoende waar? Zijn we ons voldoende bewust van de energie om ons
heen, van wat we zien, horen, ruiken en voelen? Gisteren liep ik met wat
projectmedewerkers door de bossen bij Doorn. Onder leiding van een gids (Bedankt
Ruud!) deden we een paar oefeningen om te ‘aarden’. Om ons weer even bewust
te zijn van het verschil tussen buik en hoofd, binnen en buiten. En ervoer ik
weer wat nadrukkelijker de energie uit m’n omgeving door het openen van de
zintuigen. Enige tijd terug schreef ik
met Nicoline Mulder een artikel over tijd in organisaties (zie http://www.kultifa.nl/artikel%20tijd%20in%20organisaties.pdf),
na de verwondering dat ook hier waarnemen en aandachtigheid ernstig te lijden
hebben onder de druk van de klok. We worden geleefd door onze computer en
telefoon. En dreigen inderdaad tekenen te vertonen van een intensieve
menshouderij, zoals Joep Peters & Judith Pauw deze beschreven. Reageren op deze column? Mail
ons. |
||||||||||||||||||||||
|
De Paasgedachte en het Rijnlands denken
(7 april 2009) De
Nederlandse banken vallen om en beraden zich op een ommezwaai. De
Adviescommissie Toekomst Banken (Commissie-Maas) doet adviezen om te komen
tot verantwoord en duurzaam bankieren in Nederland. Vertrouwen, centraal
stellen van klant en medewerker en de maatschappelijke bijdrage vormen de
belangrijkste bouwstenen voor de ‘nieuwe bank’. Laatst
was ik deelgenoot van een prachtige uitvoering van de Johannes Passion. ‘Wat
kan de mens tot hele mooie én verschrikkelijke daden komen’, dacht ik al
luisterend. Maar een crisis, zoals de lijdensweg van de banken en haar afnemers,
kan blijkbaar ook tot mooie dingen leiden. En aandacht voor het Rijnlands
denken, zoals de aandacht voor vakmanschap, maatschappelijke betrokkenheid en
shareholders centraal. Kritische momenten zijn vaak nodig om te komen tot
inzichten en nieuwe gedrag. Doe mij nog maar een crisis! Op naar Rijnlandse
organisaties. Meer
weten over het Rijnlands denken? Lees het nieuwe boekje van Jaap Peters en Mathieu
Weggeman. |
||||||||||||||||||||||
|
Patronen in organisaties (9 februari
2009) Momenteel
lees ik een boek van Haruki Murakami. Een ontdekking! En toen ik de
boekhandel bezocht begreep ik dat anderen hem ook ontdekt hadden gezien de
lange rij met titels van deze Japanse schrijver. Het
boek ‘Hard-boiled wonderland en het einde van de wereld’ gaat over een man
die leeft in een stad en op een geven moment zijn schaduw af moet staan om in
de stad te mogen blijven. Ze leven gescheiden van elkaar totdat de schaduw
een hereniging zoekt en het volgende zegt.
Het ontbreken van ruzie, haat of
begeerte houdt tegelijk in dat het tegendeel ook niet bestaat. Geen vreugde,
geen saamhorigheid, geen liefde. Alleen waar er desillusie en moedeloosheid
en verdriet is, kan geluk ontstaan; zonder wanhoop om wat verloren ging is er
geen hoop.’ Ik
moest bij deze woorden denken aan organisaties. In veel organisaties heerst
er ogenschijnlijk rust en tevredenheid. Maar de onderstroom is vaak en andere
dan de zichtbare bovenstroom. Hierover gaat ons boek dat in het najaar
verschijnt. Een boek over patronen in organisaties. Hoe deze te benutten en
te veranderen. Reageren
op deze column? Mail
ons. |
||||||||||||||||||||||
|
Kansen door kredietcrisis (4 februari
2009) In
verschillende organisaties waar ik de afgelopen maanden kwam is de
kredietcrisis voelbaar. Uitstel van projecten en stilgelegde initiatieven
zorgen voor minder werk en minder behoefte aan medewerkers. Mijn ervaring is
dat de afgelopen jaren veel organisaties onvoldoende tijd hadden voor
organisatieontwikkeling en investeren in medewerkers. En
juist nu kunnen organisaties (extra) aandacht geven aan kennisdeling en het
organisatieleervermogen door met medewerkers onderling projectevaluaties,
best practices, interne klantrelaties, interne en externe netwerken, methoden
en technieken en dergelijke te delen. Maar ook de vaak onduidelijke portfolio
van interne verbeterprojecten eens op te schudden en deze vooral te focussen
en kleiner te maken. En hoe zit het met de leerbehoeften van medewerkers? Ook
nu is er tijd om de individuele ontwikkelplannen (de bekende POP’s) echt uit
te voeren. En nee, dat hoeft helemaal niet door medewerkers op cursus te
sturen, maar vooral door intern aanwezige kennis beter te benutten. De
kredietcrisis maakt leren mogelijk. Gaat u het doen? |
||||||||||||||||||||||
|
Less is more (29 december 2008) In
de stad ervoer ik de afgelopen dagen een gevoel van kerst. Een soort
blijdschap en empathie van onbekenden om
me heen. Zo’n typische rondom-kerst-stemming. Een soort
samen-zijn-gevoel. Maar ook dat de mensen eigenlijk niet weten wat ze met hun
doelloze dagen aanmoeten en zich heel even bezinnen. En zichzelf de grote
vragen des levens stellen. ‘Hoe was mijn jaar? Wie zijn we dierbaar? Wat
brengt me het komende jaar? Wat wil ik eigenlijk?’ |
||||||||||||||||||||||
|
Sinterklaas’ strategie (1 december
2008) Barack
Obama heeft zijn nieuwe ploeg gepresenteerd. Een ploeg die - zoals hij zelf zegt - uitgaat van haar
eigen krachten en daarmee de bedreigingen
van de USA te lijf gaat. In bedrijfskundige termen noemen we dit de
ST-strategie of de ondersteunende strategie: het gebruik van sterkten (Strength) om bedreigingen (Threats) af te wenden. Dat vind ik dan
wel weer mooi aan Amerika. dat ze de guts
hebben om uit te gaan van hun sterkten en zich richten op verdedigen en
concurreren vanuit hun sterkten. Daar waar wij Nederlanders vanuit onze
Calvinistische inslag vaak impliciet kiezen voor de WT-strategie (Weakness / Threats) of defensieve strategie die zich richt op vermijden,
samenwerken en overnemen. Impliciet omdat maar weinig organisaties bekend
lijken met het ´vervolg´ van de SWOT/analyse, het gebruik van de TOWS-matrix (SWOT omgedraaid) ook wel
de confrontatiematrix of
issuematrix genoemd. Goed, nu eerst maar eens Sinterklaas, die
weer een andere strategie hanteert. Dit kan niet anders dan een SO-strategie
zijn: de man barst van de krachten (Strength) en zoekt het louter in kansen (Opportunities). |
||||||||||||||||||||||
|
Zoeken (13 november 2008) Zag
je laatst de VPRO-documentaire over Second
Life (SL)? De hoofdpersoon is zoekende en begaf zich (juist misschien
daarom) op Second Life. En trof daar Oshalla Zander, een SL-bewoner. Deze
herkent het zoekgedrag van de hoofdpersoon en adviseert hem het volgende: ·
gaat overal heen; ·
blijft altijd in beweging; ·
probeert alles een keer; ·
verdient niets en geeft niets uit; ·
reist alleen met andere zoekers. Ben
je een zoeker? Of een vinder? Welke van de vijf kenmerken herken je of
trekken je aan? En waarom? Valt niet mee dit soort vragen… U zoekt naar een
antwoord… Zoeken lijkt soms interessanter dan vinden. Omdat we de zoektocht
als proces op zich al als een resultaat ervaren. Toch lijken we meer
gecultiveerd om te vinden in plaats van te zoeken. Resultaatgerichtheid en
liefst nog snel ook. Denk eens na over wat je leuk vindt aan je werk. Met
collega’s dingen uitzoeken, nieuwe diensten op oplossingen bedenken,
snuffelen op Google, vakantiebestemmingen vergelijken of winkelen. Langer
zoeken en minder snel vinden geeft ruimte voor nieuwe wegen, nieuwe
ontmoetingen en nieuwe oplossingen. Ruimte die zo veel bedrijven nodig hebben
om tot innovatie te komen. Geef u zelf eens wat ruimte! Yes, you can! De
uitzending over Second Life gemist
en nieuwsgierig? Kijk hier. Reageren
op deze column? Mail
ons. |
||||||||||||||||||||||
|
Pasvorm (4 november 2008) Ik
ruimde laatst mijn klerenkast op. En stond wederom versteld van de
hoeveelheid kledingsstukken die ik de afgelopen jaren vergaarde. En vooral
van die kleding die ik nauwelijks draag, maar ooit blijkbaar in een
bevlieging kocht. Bevliegingen moet je koesteren, denk ik. Omdat ze
onderliggende behoeften blootleggen. Een van de dingen die ik vond onderin
m’n kledingkast was een oude spijkerbroek. Verkleurd, afgedragen en sleets.
Maar wel een fijne, vertrouwde en o zo soepele broek, die door veel dragen de
beste pasvorm heeft gekregen. Die kon ik toch niet zo maar weg doen? Ken je
dat? Van die dingen die door veel gebruik fijner en persoonlijker zijn geworden?
Zoals versleten traptreden, je lievelings koffiekopje of een leren agenda
waarmee je bijna vergroeid bent. Slijten is vormen. Hoe
zit het met jouw organisatie? Is die zich door de jaren heen gaan vormen om
je werk, om jou? Heeft die de beste pasvorm gekregen, doordat medewerkers de
organisatie door weer en wind en rust en spanning hebben gebruikt? De
organisatie als een fijn zittende jas om onze arbeid. Waarin je je lekker
voelt, die je beschermt, kleur en identiteit geeft. Erik Veldhoen schreef het
boek ‘The art of Working’, waarin hij zijn werk als architect van kantoren
transformeert naar een architect van een jas om arbeid. En dat toegepast bij
ziekenhuizen, politiekosten en tal van andere organisaties in Nederland. Een
mentale, fysieke én virtuele organisatie die gevormd wordt om en door haar
medewerkers. Wij van KULTIFA zijn gefascineerd door de esthetische aspecten
van organisaties. En willen organisaties behalve slimmer ook passender en
mooier maken. Organisatiekunde is een boeiend vak! Denk
je ook even aan de pasvorm van je organisatie als je je klerenkast weer eens
opruimt? Reageren
op deze column? Mail
ons. |
||||||||||||||||||||||
|
Immateriële activa (19 oktober 2008) Als
u op dit moment aandelen heeft maakt u barre tijden door…. Ooit heeft iemand
bedacht dat organisaties gerund moeten worden door de uitgifte van aandelen. Aandelen
van mensen die geen enkele betrokkenheid hebben en tonen met de organisatie
en enkel uit zijn op korte termijn winst. Stakeholders
in plaats van shareholders. Dit
Angelsaksisch denken (organisatie als money
making machine) heeft naar ik hoop eindelijk zijn langste tijd gehad, met
dank aan de grote koersdalingen. Ik
lach stiekem in mijn vuistje, omdat ik een groot voorstander ben van het
Rijnlands denken binnen organisaties. Waar organisaties sociale
leergemeenschappen zijn, playgrounds waar
gewerkt, geleerd én gespeeld wordt en waar en passant ook nog geld wordt verdiend. Zo kan het ook… Reageren
op deze column? Mail
ons. |
||||||||||||||||||||||
|
Incommensurabiliteit (10 oktober 2008) Soms
kom je een woord tegen dat nog wat langer blijven rond zweven in je hoofd.
Een half uurtje voordat ik deze dagen de nacht ontmoet lees in ‘Topkitch en
slow science’, een nieuwe boekje van René Boomkens. En hij spreekt over
‘incommensurabiliteit’. Ken je het? Weet je wat het betekent? Ik vind het wel
een mooi woord. Probeer het eens uit te spreken: in-commen-sura-bili-teit.
Slechts 955 hits biedt google op dit woord. Exclusief dus ook nog. Het woord
is uiteen te trekken in incommen (≈
niet gemeenschappelijk) en surabiliteit
(= onmeerbaarheid). Kuhn introduceerde het begrip ooit als aanduiding
voor het ontbreken van gemeenschappelijke, objectieve of onpartijdige
maatstaven voor de evaluatie van de rivaliserende denkkaders (frames of paradigma’s). Met als gevolg
dat waarheid kennelijk relatief is aan het conceptueel kader dat we
gebruiken, dat paradigma’s wederzijds onvertaalbaar zijn en kennis per saldo
zelflegitimerend is. We
hopen hiermee te stimuleren dat mensen zich meer verdiepen in het waarom van
de verschillen, in plaats van dat men zich richt op het verschil an sich. Reageren
op deze column? Mail
ons. |
||||||||||||||||||||||
|
Onvolwassen dromen (30 september 2008) Droomt
je nog wel eens? Dagdromen bedoel ik dan. Dromen over je toekomst, je idealen,
over wat je wilt bereiken? Over je droomhuis in Zweden, over je jeugdliefde
of over je carrièreswitch of zelfstandig ondernemerschap? Dromen
lijkt vooral een activiteit van kinderen (en van Amerikanen). Volwassenen
dromen immers niet, is de norm. Da’s onvolwassen. Eén van mijn kinderen
vertelde laatste dat hij had gedroomd over een waterval. En dat hij s’nachts in zijn bed had
geplast. Toen
ik daar verder over nadacht (hoe dat nou kon gebeuren?) en het beddengoed in
de wasmachine propte, vond ik het wel een mooi voorbeeld van een gedachte die
direct gevolgd werd door een handeling, misschien een reflex. En dat wij
volwassenen het nooit meer hebben over onze dromen, laat staan direct
hiernaar handelen. Hoe komt dat? 15%
tot 20% van onze werktijd schijnen we te dagdromen. Dat is dagelijks zo’n
anderhalf uur! ‘Dromen, durven, doen’ van Ben Tiggelaar is een heuse
bestseller. En ook het boek ‘dromen van mijn vader’ van presidentskandidaat
Obama verkoopt als een trein. Dus we
hebben wel wat met dromen, zou ik zeggen. En dagdromen blijkt ook nog goed te
zijn ook voor je productiviteit en creativiteit. Tenminste als je ervan
bewust bent dat en wat je dagdroomt. Dromen loont! Als je dat durft om te
zetten in daden, net als onze kinderen soms doen… Durven dus. Doet je het
vandaag nog? Onze
droom? Organisaties mooier maken. We werken dagelijks aan het verwezenlijken
van deze droom. Lees erover in ons nieuwste boek Schoonheid in organisaties. Reageren
op deze column? Mail
ons. |
||||||||||||||||||||||
|
Managen van vaklui (18 september 2008) ‘Bevrijd
vaklui uit de democratie’’ is de kop van het vlammende betoog van Evelien
Tonkes in de Volkskrant van het afgelopen weekend. Behalve dat zij - als zo velen - de oorzaken noemt,
doet zij mooie suggesties voor verbetering aan het adres van de managers van
professionals. Zoals het afschaffen van de indicatieorganen, het gebruik van
protocollen en richtlijnen als zoeklicht niet als dwangbuis, onaangekondigde
bezoeken van teams van docenten en managers en verhoging van salaris voor
professionals in plaats dat van managers. Managen is niet belangrijker of
verantwoordelijker dan lesgeven, besluit zij. Ik vind het een mooie poging en
wil haar en die velen managers een handreiking doen uit onze eigen
adviespraktijk. Want we breken ze -
die managers - publiekelijk af in de media. Maar zij zijn het wel die
veranderingen in gang kunnen zetten. Hieronder onz lijstje met onze achttien
punten. We gaan er graag met u over in gesprek.
Reageren op
deze column? Mail ons. |
||||||||||||||||||||||
|
Proces als resultaat (1 september 2008) De
vakantieperiode is voor velen een periode waarin men reflecteert op het eigen
werk. Zo ook ik. Wat is er leuk aan mijn werk? Waarin schuilt de uitdaging?
Is die er voldoende? Onlangs deden we onderzoek naar wat mensen als mooi
ervaren in hun werk. De kwaliteiten van collega´s en de saamhorigheid en
samenwerking scoorden hoog. In m´n laatste boek ´Schoonheid in organisaties´
onderscheidde ik productieschoonheid
en schoonheidsproductie. De hoogst
scorende aspecten die men als mooi ervaart zijn onderdeel van productieschoonheid: het op een mooie
wijze dingen doen (versus mooie dingen doen). De schoonheid van het
werkproces dus. Als ik de vele organisaties de revue laat passeren die ik
onderzocht en adviseerde, valt me op dat de meeste zich sterk focussen op het
realiseren en verbeteren van de output. En zich veel minder richten op het
verbeteren en wellicht mooier maken van de throughput, de productieschoonheid. En dat is verbazend als we
moeten vast stellen dat we in het type arbeid dat we verrichten in Nederland
in toenemende mate veranderd van handwerk naar denkwerk. Denkwerk dat zich
niet laat verbeteren door veel toegepaste efficiency-maatregelen zoals business proces redesign,
ICT-operaties of standaardisatie. Maar juist gebaat is bij uniciteit,
variatie en autonomie van mensen met hun eigen ervaring, denkbeelden en
werkprocessen. Dat is wat mijn werk boeit, bedacht ik me. De variatie aan
collegae, opdrachten en opdrachtgevers. De ruimte om na te denken, lang te kunnen
omwentelen in een probleem of onderzoeksvraag. En de ruimte (tijd) te ervaren
die nodig is om uiteindelijk te komen tot een dan bijna logisch en vanzelf
groeiend resultaat. Als we dat proces maar de tijd geven en als resultaat
zelf leren beschouwen! Mocht u nog met vakantie gaan adviseer ik u dat een
beetje te oefenen door bijvoorbeeld te gaan zeilen, golven of spelen met uw
kinderen. Veel plezier! |
||||||||||||||||||||||
|
De devaluatie van kennis:
‘Bedrijfsleven heeft parate kennis niet langer nodig’ (10 augustus 2008) ‘Bedrijfsleven heeft parate kennis niet
langer nodig’ kopt de Volkskrant op 2 mei 2008. Het artikeltje hangt al een
paar maanden aan het prikbord op m’n werkkamer. Hoe vaker ik het zie, hoe
bozer ik word. ‘Feiten hoeven niet in je hoofd te zitten, als je ze maar met
competentiegericht onderwijs’ hebt leren vinden’, schrijft het artikel. Natuurlijk werkt het niet zo, reageer ik als onderwijskundige.
Feiten zijn slechts één van kennisbrokjes die we dagelijks nodig hebben,
binnen en uiten ons werk. Leren van feiten, begrippen, relaties, structuren
en methoden geschiedt via weten, begrijpen en (na)doen en soms andersom, zegt
de‘instructional theory’ van Romiszowski. Maar in onze kenniseconomie doet kennis er niet meer toe. We zoeken
dingen op in de Wiki, we stellen onze eigen diagnose en spreken de (huis)arts
tegen en denken dat we expert zijn als we een jaartje iets te hebben gedaan
op ons werk. Ik vind dit een zorgelijke en gevaarlijke ontwikkeling; we
stevenen af op een onbewust onbekwame maatschappij. Waarin iedereen zogenaamd alles weet,
waarin ‘hij die het hardst schreeuwt het mag zeggen‘ in plaats van ’hij die
het weet’. Waarin de wetenschapper en
de vakman ingehaald worden door ‘adviseurs’
en ‘professionals’, wat plotseling iedereen schijnt te zijn tegenwoordig. Waarin feiten en meningen synoniem van
elkaar zijn geworden. David Hume onderscheidde een principieel onderscheid tussen is-uitspraken en ought-uitspraken. Een uitspraak die probeert de werkelijkheid te
beschrijven vormt nooit een voldoende rechtvaardiging voor een uitspraak dat
iets zou behoren. Omgekeerd kan men op basis van een uitspraak dat iets
behoort nooit weten dat het ook zo gebeurt. Wie meent dat men wèl kan
overstappen van is-itspraken naar ought-uitspraken, of omgekeerd,
begaat de zogenoemde naturalistic
fallacy (de naturalistische drogreden). Sinds Hume zo nadrukkelijk dit
onderscheid maakt, is het de vraag of morele en ethische uitspraken een
kennisinhoud hebben (met dank aan www.digischool.nl).
Voor we het weten (!) bevindt het bedrijfsleven zich in deze fallacy en zijn wij straks nog slechts
de handjes van China. Wat denkt u? En vindt u dat of is dat zo? |
|
What was your performance today? And your company´s? |
|
|
|
|
|
|
|