KULTIFA: dé succesfactoren voor kennisintensieve arbeid
Direct van invloed op prestaties van kenniswerkers zijn volgens onderzoek de KULTIFA-factoren
Deze worden hieronder toegelicht.
|
K |
Kennis: vakkennis, organisatiekennis en omgevingskennis, KULTIFA onderkent de volgende acht kennisprocessen:. 1.
Kennis-awareness:
het constateren en definiëren van kennisdeficiëntie (weten van je niet weet); 2.
Kennisverwerving:
het aanschaffen / binnenhalen van buiten de organisatie beschikbare kennis; 3.
Kenniscreatie: het
ontwikkelen van kennis; 4.
Kennisdeling: het
verspreiden van kennis tussen individuen en (delen van) organisaties; 5.
Kennisbenutting: het
verzamelen, (transformeren en) en benutten van binnen en buiten de
organisatie aanwezige kennis en informatie. Hieronder valt ook het
inventariseren van de aanwezige en benodigde kennis; 6.
Kennisborging:
het vastleggen (expliciteren) en vasthouden van kennis; 7.
Kennisexploitatie:
het vermarkten van binnen de organisatie aanwezige kennis; 8.
Kennislering: het
evalueren, leren en waarderen van kennisprocessen en kennisacties. |
||||||||||||||||||
|
U |
|
||||||||||||||||||
|
L |
Leervermogen, –bereidheid en –condities De begrippen leervermogen, –bereidheid en
–mogelijkheid zijn afkomstig uit de onderwijskundige literatuur en hebben
langzaam maar zeker hun plaats gevonden binnen de bedrijfskundige en arbeidssociologische
literatuur. De aandacht voor kennismanagement heeft hier zeker aan
bijgedragen. Met leervermogen
bedoelen we letterlijk het vermogen
kennis te verwerven. Onder leervermogen verstaan we ook het vermogen
nieuwsgierig en ontvankelijk te blijven voor nieuwe kennis, te reflecteren op
de eigen kennis en vaardigheden (bewust (on)bekwaam)
en de discipline op te brengen continu kennis te verwerven. Het
diagnosticeren van de eigen leerbehoeften en de wijze van leren vormen de
belangrijkste adviezen over het verbeteren van het leervermogen.
|
||||||||||||||||||
|
T |
De aandacht voor taakstelling komt voort uit het belang om professionals met name te
sturen op het ´wat´ te presteren (in tegenstelling tot ´hoe´ te
presteren). Taakstelling vormt de
verbinding tussen organisatiedoelen en individuele doelen. |
||||||||||||||||||
|
I |
Ook informatie- en informatievoorziening vormen twee
belangrijke succesfactoren voor professional performance. Niet enkel de
informatie die nodig is om het werk inhoudelijk te kunnen doen vormt een
belangrijke factor, alswel informatie over de opdracht (de taakstelling), de wijze (procedures, product- en
procesinformatie en dergelijke), het doel,
de kwaliteit of norm (prestatiecriteria) en de consequenties van de uit te voeren of
uitgevoerde activiteiten. Intrinsieke motivatie is één van de succesfactoren die zowel persoonsgebonden als
werk- of omgevingsgebonden is. Inspelen op en gebruik maken van de intrinsieke
motivatie van medewerkers betekent het expliciet maken van en rekening houden
met het ´psychologisch contract´ dat de werknemer heeft gesloten met de
werkgever. Dit eenzijdige contract (enkel de medewerker bepaalt de duur en
inhoud) bestaat uit de informele wederzijdse verwachting tussen individu en
organisatie, vormgegeven door een aanbod van persoonlijke
ontwikkelingsmogelijkheden en geïndividualiseerde arbeidsvoorwaarden en
afstemming op individuele motieven voor zingeving, authenticiteit en
identiteit. Deze laatste worden als belangrijke arbeidsmotieven ervaren door
de medewerker. |
||||||||||||||||||
|
F |
Feedback is één van de belangrijkste factoren voor prestatieverbetering.
Regelmatige feedback, interactie en contactmogelijkheden met collega´s
experts en leidinggevenden, vertegenwoordigen een set aan ervaringen van
anderen en heeft veel meer impact dan een formele evaluatie één of twee keer
per jaar. Dagelijkse feedback heeft directe invloed op de arbeidsmotivatie
van individuen en de individuele werkende is zelf dagelijks naarstig op zoek
naar terugkoppeling op zijn werk, zelf als dit tot tijdelijke
improductiviteit leidt. |
||||||||||||||||||
A
|
De laatste succesfactor voor professional performance is autonomie. Het volgende overzicht geeft de verhoudingen tussen beide
polen weer in het onderstaande (naar Mastenbroek, 1997).
|