Vijf
principes voor prestatieverbetering binnen kennisintensieve organisaties
We hanteren de volgende vijf principes voor prestatieverbetering binnen kennisintensieve
organisaties
1.
Aligment: individuele doelen ter bevordering van organisatiedoelen
Afstemming boven doorvertaling. Professionals werken
niet bij u om organisatiedoelen te realiseren. Ze worden met name gedreven door
de arbeidsinhoud (hun vakgebeid) en het realiseren van individuele
waarden zoals erkenning (door vakgenoten), zelfontplooiing en het bijdragen
aan de ontwikkeling van hun vakgebied.
Haast en passant dragen ze bij aan de realisatie van organisatiedoelen.
Het proces van prestatiedefiniëring start met de vraag aan iedere professional
wat zijn individuele waarden zijn en welke ambities deze heeft (intrinsieke
motivatie). Dit vormt de uitdaging voor de komende tijd. Voor het individu de uitdaging om deze
te realiseren, voor de organisatie de uitdaging om voorwaarden te scheppen
(ondermeer leercondities en feedback) opdat en een ander
gerealiseerd kan worden.
Daarnaast legt de organisatie haar ‘mandje’ met intern- en externgerichte
doelstellingen voor en spreekt met de iedere individu af wat diens bijdrage
(resultaatverantwoordelijkheid) is de komende tijd. Verbondenheid met de doelen is een voorwaarde voor de
realisatie ervan. De taakstelling wordt per individu bepaald. Hier
blijkt een bepaalde volgordelijkheid van de toepassing van de KULTIFA-factoren.
2.
Een mix van doelstellingen
Professionals werken niet bij een organisatie om
organisatiedoelen te realiseren, maar met name om hun eigen ambities te
verwezenlijken.Hanteer verschillende typen doelen, zoals de volgende:
· persoonlijke groei (loopbaanstrategie);
· bijdrage aan het vakgebied;
· bijdrage aan klanttevredenheid;
· bijdrage aan het succes van anderen;
· bijdrage aan de ontwikkeling van het kantoor;
· bijdrage aan winstgevendheid.
Wees ervan bewust dat professionals
de prioriteit geven aan de volgorde van het bovenstaande rijtje, terwijl het
management voorkeur geeft aan de omgekeerde volgorde.
Maak individuele afspraken over die
doelstellingen die passen bij de loopbaanfase van de professional.
Hanteer in ieder geval intern
gerichte doelen, extern gerichte doelen en leerdoelen.
3.
Prestatie-indicatoren KULTIFA-factoren: dé monitoring van professionele arbeid
Professionele arbeid laat zich niet managen zoals
fabrieksarbeid of routinematig werk.
De vertaling van de volgende KULTIFA-factoren
naar individuele prestatie-indicatoren
is hét middel om professionele arbeid te monitoren en te verbeteren:
· kennis
· uitdaging
· leervermogen, -bereidheid en bereidheid
· taakstelling
· informatie- en communivatievoorziening
· intrinsieke motivatie
· feedback
· autonomie
Neem de beoordeling (mate van belang
en huidige invulling) van determinanten mee in projectevaluaties, medewerkertevredenheidsonderzoek,
zelfbeoordeling / zelfonderzoek, beoordeling- en functioneringsgesprekken en
dergelijke.
Hierdoor blijven ze permanent onderwerp van gesprek en verbetering.
4.
Performance
conditions bepalen de kwaliteit; op naar de ergonomische
organisatie
Cultiveer ( = conditioneren en faciliteren) individuele
prestaties ter bevordering van organisatieprestaties.
De kenmerken van de arbeidsomgeving
bepaalt de kwaliteit van het werk. De factoren uitdaging, leercondities,
taakstelling, informatie(voorziening), feedback en autonomie omgevingsfactoren
en direct van invloed op het werk van professionals.
Indirect spelen managementstijl, cultuur en personeelsbeleid een grote
rol.
Investeren in de competenties van professionals werkt sneller door een
uitgekiende werving en selectie.
5. Kennisprocessen,
leren, verbinden, verbeteren en innoveren: dé dominante processen
Kennisprocessen, leren, verbinden, verbeteren
en innoveren zijn dé dominante processen in professionele organisaties.
Laat u niet verleiden tot het
beschrijven van deze processen of welke andere dan ook in handboeken,
procedures en werkinstructies. Professionals hebben een grote afkeer van
regels, (verticale) sturingsmechanismen. Borg deze processen door
continu-activiteiten zoals samenwerking, evaluaties, gebruik van individuele en
collectieve leerdoelen en dergelijke.
Benoem doelen per proces en voer
prestatie-indicatoren in.
What did you learn today? And your company?